Trio Michel Terlinck

felix_2.gif (4837 bytes)

Mail ons

Home Beheer Gastenboek Zoekrobot Sitemap

Cultuurforum
Cultuurforum

 

ZATERDAG 4 MAART 2000 OM 20U30
FELIX SOHIECENTRUM
organisatie: Nero's Muzikanten
info:
Eddy Bergiers

HET INITIATIEF

Het concert wordt georganiseerd door de Nero’s Muzikanten, een jonge muziekvereniging uit Hoeilaart, ontstaan uit de plaatselijke voormalige fanfares en harmonieën Zij bestaan uit voornamelijk jonge muzikanten uit de muziekacademies van Hoeilaart, Overijse en Tervuren. 

Met dit initiatief organiseren zij een eerste concert waarbij een buitenstaand ensemble wordt uitgenodigd. (Info : 02/657 35 34).

 
bulletMichel Terlinck: Hommels en psalter
bulletGuido De Meester: Hommel en percussie
bulletWilfried De Schepper: Cello, Gitaal, Ierse dwarsfluit en hakkebord
bulleten met Cumali Bulduk: Turkse Saz - Gille Decock: Percusie

Door de vernieuwing van het ensemble wordt dit concert een echte première. De basis van het programma blijft: op een eigentijdse manier musiceren rond hommel en percussie.

De nieuwe bezetting zorgt, meer nog dan vroeger, dat het programma ruimte biedt voor intimistische muziek afgewisseld met herkenbare dansmuziek en experimenteel-minimalistische bewegingen. Daardoor klinkt de hommel van traditioneel tot gedurfd hedendaags.

Twee recente composities van Michel Terlinck zullen er voor het eerst uitgevoerd worden.

De rijke instrumentale bezetting waarmee er solistisch, in duo, trio, kwartet en kwintet wordt gemusiceerd biedt de luisteraar (en kijker) een zeer gevarieerd concert.

Instrumentarium

bulletchromatische en diatonische hommels
bulletpsalter
bulletcello
bulletgitaar
bullethakkebord
bulletIerse houten dwarsfluit
bulletTurkse saz (baglama)
bulletbodhràn
bulletcajon
bulletdarabuka
bulletmondtrom
bulletwasplank
bulletgrote trom
bulletlepels
bulletregenstok

MICHEL TERLINCK

Voor Michel Terlinck, bouwkundig tekenaar (°1959), is muziek een vrij late roeping. Op zijn veertiende begint hij op eigen houtje piano te spelen en er muziek voor te schrijven. Hij ontdekt in deze periode de pianomuziek van Frédéric Chopin wiens werken en leven hem uitermate boeien. 

Hierdoor raakt hij bezeten door alles wat met de piano te maken heeft. Vanaf zijn 20ste volgt hij een klassieke opleiding notenleer, piano, muziekgeschiedenis en harmonie aan de muziekacademies van Leuven en Antwerpen. Dit leidt in 1986 tot twee pianorecitals met eigen composities. Ook het orgel trekt hem aan waardoor hij gedurende drie jaren orgel speelt tijdens eucharistievieringen.

In 1982 wordt hij door de Leuvense volksdansgroep Reuzegom gevraagd om hommel te spelen tijdens één van hun buitenlandse reizen - toen naar Galicië en Portugal. Dit had hij voordien nog nooit gedaan en een hommel kende hij nauwelijks. Op deze manier komt hij voor de eerste keer in contact met de hommel en de volks(dans)muziek die voor hem nieuwe muzikale perspectieven opent. Bij het medebegeleiden van de volksdansen raakt hij vertrouwd met het stramien van deze muziek waardoor de eerste composities voor de hommel ontstaan. 

Op dit moment bouwt hij op aanraden van een vriend zijn eerste hommel. In Antwerpen zet hij tot 1993 het hommelspelen verder bij de muzikale begeleiding van de dansgroep Lange Wapper. 

Stilaan wordt de hommel zijn passie. Hij specialiseert zich in het bespelen en het bouwen ervan en schrijft er aangepaste muziek voor. Zijn spel brengt hem tot lesgever in de Jeugdmuziekschool Ward De Beer te Antwerpen van 1989 tot 1992. Dit inspireert hem tot het uitgeven van een handleiding voor het bespelen van de hommel. Later werd hij in 1993 en 1994 gevraagd als lesgever voor gevorderde hommelspelers op de jaarlijkse Stage Volksmuziek te Gooik en in het Triviaal Kunstencentrum ‘t Eynde te Belsele.

Michel Terlinck is voortdurend op zoek naar nieuwe mogelijkheden op zijn instrument. Hij merkt al snel dat de hommel beperkingen heeft die hij als bouwer stap voor stap opheft. Dit wordt ook zijn kracht. Hij breidt het instrument uit door meer frets op de toets te plaatsen - wat meer tonen en melodievorming toelaat - en vermeerdert het aantal bourdonsnaren die door hun begeleidende klank het instrument zijn karakteristieke klank geven. Zo bouwde hij in 1999 een zeer grote hommel in een lage stemming (si) met, naast de vier melodiesnaren, veertien bourdonsnaren, alle verschillend gestemd. Dit laat hem toe niet alleen de melodieën te begeleiden maar ook individueel spel op deze snaren uit te voeren, wat zijn hommelspel uniek maakt.

Niet alleen de hommel draagt zijn interesse weg. Hij raakt ook bezeten door het diatonisch accordeon waar hij meerdere composities voor schrijft.

En dan, in 1996, ontdekt hij te Schaarbeek, waar hij werkt, de Turkse saz, een zevensnarige langhalsluit, behorende tot de volksluiten. Een nieuwe passie ontluikt. Nadat hij eind dat jaar een saz in handen krijgt begint hij een lange zoektocht naar een sazleraar en komt terecht bij twee Turkse muzikanten die de saz bespelen: Bekir Sahbaz en Cumali Bulduk. Bij deze laatste volgt hij vanaf 1998 een reeks sazlessen waarbij zijn passie voor dit instrument steeds sterker wordt. De Turkse muziek die hem in de ban houdt beïnvloedt in belangrijke mate zijn composities waaronder vooral het gelijknamige werk Saz uit 1997. Het contact met Cumali Bulduk blijft en groeit uit tot een experiment met de hommel én de saz. Doordat deze twee snaarinstrumenten in open stemming staan verenigen zij hun klanken op een schitterende wijze wat uitgebreid op het concert zal te horen zijn.

DE HOMMEL

De hommel, ook vlier, blokviool, épinette, of pinet genoemd, is een traditioneel volksinstrument met snaren dat in zijn vorm terug te vinden is in West- en Noord Europa. Het instrument behoort tot de familie van de dulcimers en de citers. De benamingen ervan verschillen van streek tot streek. In noord-Frankrijk en vooral in de Vogezen spreekt men van de épinette des Vosges, soms citare à bourdons genoemd. In Duitsland en Oostenrijk wordt dit de citer, in Hongarije en Roemenië de citera. Ook in Scandinavië is het instrument verspreid: als kantele in Finland en langeleik in Noorwegen. Zelfs verre varianten zijn terug te vinden in Japan als de koto.

De hommel werd meestal gebouwd door de muzikant zelf met voor de hand liggend eenvoudig materiaal. In België en vooral in Vlaanderen heeft de hommel een sterke ontwikkeling gekend tussen 1918 en 1935. In tegenstelling tot meerdere volksinstrumenten zoals onder andere de draailier en de doedelzak, is de hommel nooit uitgestorven. Het instrument is tot aan de heropleving van de volksmuziek rond 1968 steeds bespeeld gebleven. Als huisinstrument werd er veel individueel op gemusiceerd bij opluistering van feestjes, kermissen, thuis of op café (iets wat Michel Terlinck ook zéér graag doet!).

Typisch aan dit instrument is de doordringende toon van de begeleidings- of bourdonsnaren welke als klank ook aanwezig zijn bij de draailier en de doedelzak, behorende tot de bourdoninstrumenten. De heldere en soms ijle melodie wordt gevormd door het indrukken van de melodiesnaren met een drukstokje of met de vingers. Het betokkelen van de snaren met een plectrum doet enigszins denken aan de klank van een klavecimbel.

Het hommelspel wordt nog steeds via stages en individuele lessen doorgegeven aan vele geïnteresseerden. Maar toch is het opvallend dat de hommel achterop blijft in vergelijking met het succes van draailier, doedelzak of diatonisch accordeon. Slechts een zeer klein aantal muzikanten komt met de hommel solistisch naar buiten.

DE EERSTE CD

Zijn eerste cd « De Wentelsteen - Muziek voor hommel, musiques pour épinette », opgenomen in april 1996, is volledig gewijd aan de hommel met vooral solistisch spel. Deze opname was meteen ook de allereerste CD van de hommel als concertinstrument, hier af en toe begeleid door een mandola of percussie. Hierin is Michel Terlinck opmerkelijk geslaagd. Hij heeft het instrument uit zijn wat miskende wereld van dode folklore gehaald en er een plaats aan gegeven als volwaardig luisterinstrument. Voor deze realisatie ontving hij in 1997 van de Vlaamse Ingenieurskamer de « Tech-Art prijs » voor een unieke en originele creatie op artistiek vlak.

HET TRIO MICHEL TERLINCK

Na de opname van zijn cd vormt hij samen met Guido De Meester (percussie) en Paul Colinet (mandola en Griekse lyra) het « Trio Michel Terlinck » waarbij de combinatie van deze instrumenten de hommel een nieuwe dimensie geeft. Het bijna louter solistische ruimt plaats voor een klein ensemble dat in eenheid musiceert. Zij geven een aparte kleur aan oude muziek, traditionele volksmuziek uit Europa, en vooral eigen nieuwe composities. Op het Feestival 2002 te Gooik in 1998 brengen zij een zeer geslaagd programma.

In 1999 verlaat Paul Colinet het trio en wordt vervangen door Wilfried De Schepper. Als cellist voegt hij een nieuwe klankkleur aan het trio toe. Vanaf november wordt er gewerkt aan een vernieuwd programma. De komst van de cello, samen met de nieuwe, zeer grote 18-snarige hommel, gooit plots een inspiratie door het trio waarbij er snel enkele vernieuwende werken ontstaan.

GUIDO DE MEESTER

Is sedert een vijftiental jaren als percussionist mee actief in de Vlaamse folkgroep Ashels. Aanvankelijk de bodhràn bespelend, is zijn instrumentarium ondertussen serieus uitgebreid. Via stages te Borzée bij Fréderique Malempré leerde hij allerlei percussie-instrumenten bespelen. Op de stages te Gooik bij Ritteke Demeule-naere, Guido Piccard en Michel Terlinck vervolmaakte hij zich in het bespelen van de diatonische en chromatische hommel. Bij Stefan Timmermans wordt hij ingewijd in het doedelzakspel.

WILFRIED DE SCHEPPER

Een bijzondere ervaring op een Soefikamp in de Franse Alpen brengt hem op 25-jarige leeftijd tot de cello. Het is één van Inayat Khan’s zonen die hem hier op dit instrument weet in vervoering te brengen. Voordien had hij reeds geëxperimenteerd op gitaar, hobo en dwarsfluiten. Hij bekwaamt zich tot 1993 bij Lieven Vandewalle, beroepscellist bij het toenmalige BRT-symfonisch orkest. Daarna volgde hij een (meester)cursus bij o.a. Ernst Reysiger (improvisatorisch cellospel) en bij Hidemi Suzuki (barokcello). Hij is ondertussen een overtuigd cellospeler geworden die het als een uitdaging ziet dit instrument een plaats te geven binnen de huidige folkwave. In de folkgroep Ashels, waarvan hij eveneens vijftien jaren deel uitmaakt, vallen zijn cellokleuren niet meer weg te denken. Daarnaast verzamelt en bespeelt hij ook nog allerhande dwarsfluiten uit Europa en het Verre Oosten, waagt hij zich af en toe aan het chromatische hakkebordspel en durft hij als korist een toontje hoger te zingen.

Contact : Michel Terlinck Guido De Meester

Bremlaan 33      Bergstraat 4a
3090 Overijse      9320 Erembodegem
02/688.11.81 053/77.78.37

 (na 18.00 uur) (na 18.00 uur)

GASTMUZIKANTEN

CUMALI BULDUK

Begint op het gehoor saz (turkse volksluit) te spelen vanaf zijn elfde jaar. Een viertal jaren later volgt hij enkele lessen in het Cultureel Centrum te Berchem (Antwerpen) bij Mahir Tezerdi, één van de begenadigdste sazspelers in België. Op zijn zeventiende volgt hij een reeks lessen notenleer, piano en gitaar aan de Muziekacademie te Schaarbeek. Als muzikant verzorgt hij met de saz regelmatig optredens met Emre Gültekin, een groot saztalent.

GILLE DECOCK

Op zijn zestiende komt hij voor het eerst in contact met de doedelzak die zijn interesse wekt voor de volksmuziek. Muzikaal is hij autodidact. Percussie is zijn specialiteit, zowel in het bouwen als bespelen van de instrumenten. Hieronder valt vooral zijn virtuoze percussie op met de lepels en het gebruik van zijn eigen trommels, vervaardigd uit functieloze olie- en expansievaten. Hij is actief in het ensemble Kiekebisch, dat zich toelegt op musette en klezmer.

 

 

Hommage Brel
Jan Rap (bespreking)
Optreden Michel Stas
Liefde en Taxi's
Meifeesten 1999
Romeo & Julia
Trio Michel Terlinck
The Swigshift
Louis Paul Boon
Verenigingenbeurs
Nieuwe Kleedkamers
Nieuwe Tribune

 

 

Terug
Hoger
Verder