Hof ten Hove
Het
Groot Begijnhof van Leuven wordt ook wel eens het Hof ten Hove genoemd. "Ten
Hove" was een gehucht, gelegen buiten de eerste stadsmuren. Daar vloeide de Dijle.
Water hadden de begijnen nodig voor de lakenbereiding.
Aanvankelijk beperkten ze zich tot de "nederige" aktiviteiten van het
weversvak. Ze verdienden hun kost met het kaarden of kammen van de wol. Later bekwaamden
ze zich vooral in het "noppen", het verwijderen van knoopjes of afval uit het
weefsel. Een nederig maar erg belangrijk werk.
Her en der gingen ze ook aan het weven, tot grote ergernis vaak van de wevers
uit de stad, die er geduchte concurrenten in vonden.
